Wandelen zonder trekken. Wie trekt er eigenlijk?

Wandelen zonder trekken. Wie trekt er eigenlijk?

Een ruk aan de lijn
Ze ziet me aankomen rijden met de fiets. Het is een smalle weg en haar hondje loopt een stuk voor haar uit aan mijn kant van de weg.  Zodra ik dichterbij kom trekt ze het hondje met twee ferme zwiepen van de rollijn naar haar kant van de weg. Het dier is deze behandeling blijkbaar wel gewend want het dribbelt verder alsof er niets gebeurd is.

Het zet me wel even aan het denken. Toch bijzonder dat de focus er zo vaak op ligt dat onze hond niet mag trekken aan de lijn. Terwijl we zelf wel aan de lijn trekken om de hond ergens naartoe te krijgen waar we hem hebben willen.
Honden zijn sociaal lerende dieren. Ze kijken dus naar elkaar en naar ons en nemen zo dingen over. Dus als jij wilt dat jouw hond niet trekt, zorg er dan voor dat je zelf ook niet trekt aan de lijn. 

De lijn als begrenzing
Het fijnste werkt het om een lange lijn te gebruiken. De lange lijn is een riem van ongeveer 3 tot 5 meter, geen uitrollijn en van gewoon materiaal zoals nylon, touw of biothane en een handvat. De haak waarmee de riem aan de hond wordt bevestigd is niet al te groot om te voorkomen dat de hond er hinder van ondervindt.
Hoe lang de lijn precies moet zijn, is afhankelijk van de omgeving waar je loopt en je eigen handigheid met de lijn. In een rustigere omgeving is een lijn van 5 meter heel geschikt. In een drukke omgeving zal een lijn van 3 meter prettig werken, omdat je anders al snel de lijn in moet korten vanwege het verkeer.
Je gebruikt bij voorkeur een normale lange lijn en geen rollijn, omdat je met een rollijn zelf altijd spanning op de lijn zet en je hond niet ontspannen leert lopen. Bovendien kunnen jij en je hond of anderen zich makkelijk aan de rollijn bezeren, omdat het koord of touw dun is.
De lange lijn gebruik je enkel ter begrenzing. Niet om je hond ergens te krijgen waar je hem hebben wilt. Het mooiste is als je doet alsof je hond los loopt. Als je iets van je hond gedaan wilt krijgen dan vertel je hem dat met je stem en lichaamstaal.

Het passeren van fietsers
Stel je ziet in de verte een fietser aankomen. Dan vraag je je hond om bij je te komen en je neemt de lijn in tot een geschikte lengte voor als de fietser passeert. Dat doe je dus bij voorbaat al en niet als de fietser bijna bij je is. Komen er vaak fietsers langs? Dan laat je de lijn minder ver vieren, zodat je hond steeds op een veilige afstand van de fietsers is. 

Veilig langs paarden
Een ander voorbeeld: Je komt straks langs de kinderboerderij met pony’s. Nog voor je er bent vraag je je hond weer om bij je te komen en neem je de lijn op een zodanige lengte dat je hond begrensd wordt op een meter of 5 van de pony’s. Je doet dit door je hond bij je te vragen en terwijl hij naar je toe loopt de lijn in te korten.
Je laat je dus niet eerst door je hond richting de pony’s trekken om hem vervolgens met de lijn er vandaan te trekken. Zorg ervoor dat je je hond steeds begrenst, en houd de afstand tussen je hond en de pony’s op minimaal 5 meter. 

En al het andere wat leeft en beweegt
Op deze manier kan je alles wat leeft en wat beweegt passeren. Denk hierbij aan: kinderen, fietsers, hardlopers, skaters, paarden, schapen, poezen en andere honden.
Bij al deze voorbeelden gebruik je de lijn als begrenzing en houdt je een veilige afstand. Dus óók bij het passeren van andere honden. Op deze manier zorg je ervoor dat je hond veiligheid en voorspelbaarheid ervaart tijdens het wandelen. Dan kan ik op de fiets passeren, zonder dat je hond daarvoor een ruk aan zijn lijn hoeft te krijgen 😉


Afdrukken   E-mailadres